home  

terug naar
cases

Wat doe je als...?


Als je begint met lesgeven zal je tegen een heleboel situaties aanlopen waar je op moet reageren. Het is handig als je van tevoren alvast hebt nagedacht over wat wel en wat niet kan tijdens jouw les. Om je bewust te worden van je reactie op bepaalde gebeurtenissen in de les, hebben we hieronder twee oefeningen gezet die je daarmee kunnen helpen.
Om later nog eens je reacties te bekijken, kun je na het invullen van de eerste test deze uitprinten om makkelijk te onthouden wat je bedacht hebt.

Oefening 1: Wat mag een leerling?

Mag een leerling bij jou:
 
Te laat komen? Ja   Nee  
Je en jij tegen je zeggen en je bij de voornaam noemen? Ja   Nee  
Opmerkingen maken over de manier van lesgeven? Ja   Nee  
Uit zichzelf aan ramen en gordijnen komen? Ja   Nee  
De stoel niet op vier poten laten staan? Ja   Nee  
Languit onderuit zitten? Ja   Nee  
Een prop van een afstand in de prullenbak gooien? Ja   Nee  
Naar het toilet gaan zonder het te vragen? Ja   Nee  
Water drinken zonder het te vragen? Ja   Nee  
Een sigaret rollen? Ja   Nee  
Kauwgom kauwen? Ja   Nee  
Eten en drinken? Ja   Nee  
Tijdens de les zijn tas op tafel laten liggen? Ja   Nee  
Zijn tas inpakken voor het tijd is? Ja   Nee  
Zijn middelvinger omhoog steken? Ja   Nee  
Met opzet scheel kijken? Ja   Nee  
Zich opmaken? Ja   Nee  
Met de handen in de zakken bij de leraar zijn werk laten nakijken? Ja   Nee  
Zeggen dat het tijd is? Ja   Nee  
Een zonnebril opzetten? Ja   Nee  
Zijn walkman op hebben tijdens zelfstandig werken? Ja   Nee  
Zijn pet ophouden? Ja   Nee  
PRINT

Oefening 2: Hoe zou je reageren?

Bij binnenkomst in een 4e klas VMBO zie je op het bord geschreven staan: 'Van der Veen go home!'.

Reacties:

  1. Je zegt: 'Dat vind ik prima, maar ik denk dat de directie er niet mee akkoord gaat'. Vervolgens begin je met de les.
  2. Je probeert door middel van vragen aan de leerlingen er achter te komen waarom ze dit op het bord hebben geschreven.
  3. Je vraagt een leerling het bord te willen schoonvegen en besteedt er verder geen aandacht aan.
  4. Je vraagt wie dit op het bord geschreven heeft. Je dreigt met eventuele sancties als de dader(s) zich niet meldt/melden.

Vrijdagmiddag het 6e lesuur. Je geeft les aan een brugklas. Hoewel je probeert de les zo interessant mogelijk te maken, is en blijft het onrustig in de klas. Wouter die vanaf het begin van de les al verveeld zit te kijken, let totaal niet op en verstiert de les. Hij kletst steeds met zijn buurman, maakt tekeningen in z'n schrift en probeert zijn medeleerlingen door komische geluiden aan het lachen te brengen. Na Wouter zeker vier keer te hebben gewaarschuwd, verlies je tenslotte je geduld en vraagt hem aan een vrij tafeltje achter in de klas plaats te willen nemen. Hij maakt echter geen aanstalten om aan dit verzoek gehoor te geven.

Reacties:

  1. Je vraagt hem: 'Kan ik er van uitgaan dat je vanaf nu gewoon meedoet?'
  2. Je loopt zwijgend naar hem toe en blijft naast hem staan, veronderstellende dat hij nu wel zal opstaan.
  3. Je dreigt dat je met z'n ouders zal spreken over zijn brutaal gedrag.
  4. Je zegt, dat hij nog tien seconden de tijd krijgt om op de aangewezen plaats te gaan zitten. Zo niet, dan zul je hem desnoods met geweld daar zelf 'heensleuren'.

Je bent pas beginnend leraar en hebt als huiswerk een invuloefening opgegeven. Wanneer je de leerlingen de volgende les vraagt het huiswerk na te kijken, ontmoet je alleen maar verbaasde gezichten. 'Huiswerk? U had helemaal geen huiswerk opgegeven'. Je voelt nattigheid, want je bent er zeker van dat dit wel het geval is.

Reacties:

  1. Je laat de leerlingen zonder commentaar beginnen met het maken van de als huiswerk opgegeven oefening.
  2. Je accepteert de bewering en geeft aan het einde van de les een extra hoeveelheid huiswerk op.
  3. Je geeft de hele klas een één als strafmaatregel.
  4. Op een sarcastische manier prijs je de leerlingen voor hun coöperatief gedrag.

Achmed is Moslim en mag dus geen varkensvlees eten. Tijdens een werkweek met je klas heb je de kok verzocht hiermee rekening te willen houden. Bij één van de maaltijden krijgt Achmed daarom een kippenpoot in plaats van de karbonade, die de anderen voorgeschoteld krijgen. Na enig gesmoes hierover hoor je Herman zodanig luid zeggen, dat Achmed het wel moet horen 'Hij eet geen varkensvlees, omdat hij zelf een varken is'. Terwijl zijn medeleerlingen lachen, zit Achmed er verslagen bij.

Reacties:

  1. Je verzoekt Herman zich bij Achmed te verontschuldigen.
  2. Je stuurt Herman van tafel met de opmerking: 'Achmed en ik willen onze maaltijd niet door jou laten vergallen.'
  3. Je laat Achmed uitleggen waarom hij geen varkensvlees eet.
  4. Je kondigt aan dat je na de maaltijd met de groep wilt praten over discriminatie van minderheden.